Verbazing over antwoord staatssecretaris aan Tweede Kamer

Daling accijnsopbrengsten tabakswaren zet wel degelijk door

16 juni 2014

De eerste vijf maanden van 2014 tonen aan dat de tabaksaccijnzen structureel achterblijven bij vorig jaar.

Dat blijkt uit gegevens van de Accijnsmonitor op www.accijnslek.nl, een initiatief van de brancheorganisaties NSO (tabaksdetailhandel) en TZN (groothandels in tabaks- en zoetwaren).

In totaal zijn de accijnsopbrengsten uit de verkoop van tabakswaren in Nederland over de maanden januari tot en met mei 2014 1% ofwel ruim € 10 miljoen lager dan in dezelfde maanden in 2013, het jaar van de accijnsverhoging op tabakswaren. De negatieve effecten van de accijnsverhogingen zijn goed zichtbaar op www.accijnslek.nl, waar de maanden van de verschillende jaren met elkaar worden vergeleken. De verkopen van tabakswaren dalen voortdurend en daarmee ook de accijnsopbrengsten. Dit in de wetenschap dat het aantal rokers in 2013 ten opzichte van 2012 niet is gedaald, aldus recentelijk bericht van het Trimbos Instituut. Eerder bleek uit cijfers van www.accijnslek.nl dat het eerste kwartaal 2014 een dalende trend liet zien vergeleken bij dezelfde periode in 2013 en 2012.

Vertekend beeld

Het wekt dan ook verbazing dat staatssecretaris Wiebes van Financiën 11 juni jongstleden in antwoord op Kamervragen stelt dat de opbrengstcijfers voor tabak in de eerste drie maanden van 2014 een stijging laten zien ten opzichte van dezelfde maanden in 2013. Hiermee geeft de staatssecretaris een vertekend beeld.

Immers, in januari en februari 2013 zijn nog tabakswaren verkocht tegen de oude prijzen en oude accijnsstructuur, door de gehanteerde overgangstermijn van twee maanden bij de accijnsverhoging van 1 januari 2013.  Die producten waren ofwel in december al aan de groothandel verkocht ofwel door de industrie “released for consumption” en later aan de groothandel verkocht. Over december 2012 is dus een veel hogere accijnsaangifte gedaan en in januari en februari 2013 een veel lagere.

De staatssecretaris vergelijkt dus simpelweg de getallen uit de aangiften, zonder naar de onderliggende trend te kijken. De gegevens van www.accijnslek.nl geven juist die onderliggende trend aan omdat ze uitgaan van de verkopen in de markt en dus inladingen en dergelijke corrigeren naar de maanden waarin de producten ook echt aan de detailhandel zijn verkocht. Dat zal de staatssecretaris de komende maanden ook wel terug zien in de accijnsaangiften, maar nu komen deze kunstmatige cijfers hem kennelijk goed uit.

De cijfers over de eerste vijf maanden van 2014 waren trouwens nóg veel slechter geweest als het weer in maart en april niet zo exceptioneel goed was geweest. Maart laat een relatief lichte daling van de accijnsopbrengsten zien en april een stijging ten opzichte van voorgaande jaren. Bij mooi weer roken mensen snel één of twee sigaretten meer op een dag. Maar in mei 2014 is de dalende trend hervat met respectievelijk 5,4% ofwel € 12 miljoen ten opzichte van dezelfde maand in 2013. 

Tabaksaccijns is uitgewerkt als belastinginstrument

Doordat steeds meer consumenten overstappen op lager geprijsde tabaksproducten dan wel in onze buurlanden België en Duitsland rookwaren aanschaffen, blijven de verkopen van tabakswaren en de accijnsopbrengsten dalen.

De tabaksbranche concludeert dan ook dat de tabaksaccijns als belastinginstrument is uitgewerkt. De Accijnsmonitor op www.accijnslek.nl toont aan dat de accijnsbasis is geërodeerd en ondanks forse accijnsverhogingen steeds minder opbrengt.

Een verdere accijnsverhoging op tabak is uitgesteld tot 1 januari 2015. Maar het winkeltoerisme naar Duitsland en België is sterker gestimuleerd door een verdere accijnsverhoging op brandstoffen en alcoholische dranken in Nederland per 1 januari 2014. De conclusie van de tabaksbranche is dan ook dat het perspectief voor 2014 zeer somber is.

De detailhandel en de tabaksgroothandels blijven daarom pleiten voor het terugdraaien van de accijnsverhoging op tabakswaren van 1 januari 2013 en het niet laten doorgaan van de accijnsverhoging op tabakswaren van 1 januari 2015.