De Accijnsmonitor

De aanleiding

In 2012 besloot de Nederlandse overheid tot een draconische accijnsverhoging op rookwaren van € 370 miljoen per 1 januari 2013. Sinds die dagen houdt de tabaksbranche maandelijks bij wat de (genormaliseerde) accijnsinkomsten zijn na deze verhoging: de accijnsmonitor.

De resultaten

Door de grote accijnsverhogingen begin 2013 zijn de consumentenprijzen op sigaretten en shag zo sterk gestegen, dat ze fors hoger kwamen te liggen dan in Duitsland en met name België. Het gevolg daarvan was dat de Nederlandse consumenten in de grensstreken, maar ook tot ver daarbuiten, hun sigaretten en shag over de grens aan gingen kopen. De Nederlandse tabakswinkeliers waren hiervan natuurlijk het slachtoffer. Zij hebben hun omzet scherp zien dalen en ze kunnen de toekomst van hun winkel nog steeds niet rooskleurig tegemoet zien.

Veel Nederlandse rokers kopen hun sigaretten of kerftabak dus nog steeds over de grens, spekken daarmee de Duitse en Belgische schatkist, terwijl in Nederland de accijnsinkomsten ver achter zijn gebleven bij de geraamde extra inkomsten voor 2013. Ze zijn zelfs gedaald in plaats van gestegen! Zelfs in 2015, na een volgende accijnsverhoging, komen de accijnsopbrengsten naar verwachting nog steeds niet boven het niveau van 2012 uit.

tabel disclaimer

Bovenstaande tabel laat de ontwikkeling zien vanaf 2012. Ondanks een accijnsverhoging van € 370 miljoen daalden dus de accijnsinkomsten in 2013. In 2014 is de rapportagesystematiek in het Financieel Jaarverslag van het Rijk gewijzigd, maar bij een gelijkblijvende methodiek zouden ook in dat jaar de accijnsopbrengsten lager hebben gelegen dan in 2012.

In de accijnsmonitor dalen de accijnsopbrengsten gestaag. Ook voor 2015 wordt een verdere daling verwacht.

De berekeningen

De brancheorganisaties voor de sigaretten en kerftabak-industrie registreren maandelijks de verkopen van de grootste sigaretten- (Philip Morris, BAT, JTI en Imperial Tobacco) en kerftabak-fabrikanten (Imperial Tobacco, BAT, Heupink & Bloemen en Landewyck) in Nederland. Deze fabrikanten hebben samen een aandeel van meer dan 95% van de sigaretten- en kerftabakmarkt. De maandelijkse berekeningen van de accijnsmonitor zijn primair gebaseerd op de verkopen van tabaksproducten door deze tabaksfabrikanten en -importeurs. Verkopen wil zeggen de maandelijkse hoeveelheden sigaretten en shag die door deze bedrijven aan de (groot-) handels zijn verkocht.

Op basis van deze hoeveelheden, de consumentenprijzen en de geldende belastingtarieven, kunnen de omzetten, de accijnsopbrengsten en de BTW inkomsten over de betreffende maand nauwkeurig worden berekend. De accijns wordt één maand later door de tabaksfabrikanten afgedragen aan de Belastingdienst. Daarin kunnen ook nog bedragen zijn opgenomen van zogenaamde releases for consumption (hoeveelheden die door de fabrikanten wel in het economisch verkeer zijn gebracht, maar die nog niet verkocht zijn aan de groothandel). Ook de belastingafdrachten van eerder genoemde fabrikanten worden zo maandelijks geregistreerd en de totale ontwikkeling van de accijnsinkomsten voor de overheid kan op deze manier zorgvuldig worden gevolgd.

De verkopen aan de groothandels plus de releases for consumption wordt UITSLAG genoemd.

Aansluiting met de reële marktsituatie

Om de maandelijkse uitslag door de tabaksfabrikanten en -importeurs zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de reële situatie op de markt en de daadwerkelijke verkopen aan de consument, worden er op de van de industrie afkomstige cijfers correcties toegepast. De belangrijkste correcties zijn:

  • Er wordt een inschatting gemaakt van het volume van de overige fabrikanten / importeurs die nog rookwaren op de Nederlandse markt verkopen.
  • Er worden correcties gemaakt in het geval van voorraadvorming op grossiersniveau en voor releases for consumption op fabrikantenniveau.

De cijfers komen tot stand op basis van informatie en expertise van de groothandel die goed zicht heeft op de gehele keten.

Daardoor kunnen er natuurlijk verschillen ontstaan met de maandelijkse gegevens waarover de Belastingdienst beschikt, maar deze cijfers geven wel een betrouwbaarder beeld over de ontwikkelingen per maand in de markt. Over een langere periode gemeten horen de cijfers gelijk aan elkaar te zijn. Bovendien werkte de overheid op kasbasis waardoor de accijnsaangiften over december 2013 feitelijk tot de inkomsten van 2014 behoorden.

Met ingang van 2014 heeft de overheid de periode van kasontvangsten veranderd van januari - december naar februari - januari, waardoor de periode nu meer gelijk loopt aan een kalenderjaar (uitslagen januari = aangifte februari = kasontvangst februari). Wel blijven releases for consumption een factor die verstorend kan werken in de cijfers en in de accijnsopbrengsten van jaar tot jaar. Dat blijkt ook direct al in 2014, omdat de accijnsinkomsten over december 2014 zeer aanzienlijke bedragen (rond € 200 miljoen) bevatten die veroorzaakt zijn door releases for consumption.